Selecteer een pagina

Historie van Warmond

Het ontstaan van Warmond

Het dorp Warmond ligt aan de Kagerplassen. Warmond ligt op een oude strandwal. Deze loopt parallel aan de Leede, een water dat de Kagerplassen via enkele kanalen met de Oude Rijn verbindt.

De naam Warmond komt voor het eerst voor in een negende-eeuwse goederenlijst van de kerk van Utrecht. Hierin staat dat de kerk Sint Maarten te Utrecht drie mansi (boerderijen) in Warmelda bezat. Hierbij moet worden aangetekend dat de bewoning van de strandwal van Warmond veel verder teruggaat dan genoemde schriftelijke vermelding. De strandwal van Warmond was door z’n hoge ligging uitermate geschikt om zich te beschermen tegen wateroverlast.

De naam Warmond

Er bestaan voor de betekenis van de naam Warmond diverse verklaringen. De meest aannemelijke is die van dr. D.P. Blok, die beweert dat de naam Warmond oorspronkelijk een waternaam geweest is. Waarschijnlijk werd hiermee de huidige Leede en de Hofleede, het belangrijkste water bij dit dorp, aangeduid. Volgens Blok kwam het vaak voor dat een waternaam overging op de plaats aan het water en dat het water – om verwarring te vermijden – een andere, jongere naam kreeg.

Het oudste gebouw in Warmond is de Oude Toren met de bijbehorende ruïne. Deze voormalige kerk wordt voor het eerst genoemd in een boek kort vóór 1049. Daarin wordt de kapel te Warmond genoemd als dochterkerk van het Groene Kerkje te Oegstgeest. Deze kapel stond op de plek waar zich thans de Oude Toren met bijbehorende ruïne bevindt. De kerk was gewijd aan St. Matthias, de apostel die in de plaats van Judas kwam.

 

Daarnaast had Warmond twee kloosters: het cisterciënserklooster Mariënhaven en het vrouwenklooster St. Ursula of Elfduizend Maagden. Mariënhaven werd in 1412 gesticht door ridder Jan van den Woude, heer van Warmond. Het vrouwenklooster werd in 1410 door dezelfde Jan van den Woude in het weiland achter de Oude Toren gesticht.

In 1573 werden de kerk en de twee kloosters door de Leidenaars verwoest. De reden hiervan was dat de oprukkende Spaanse troepen hierin geen veilig heenkomen konden vinden; de tactiek van de verschroeide aarde dus. Na de verwoesting in 1573 werd alleen het koor van de kerk herbouwd. Dit was bestemd voor de hervormden. De twee kloosters werden niet herbouwd.

 

Warmond had vele kastelen. Het belangrijkste kasteel was het Huys te Warmont. De oudste vermelding van dit kasteel dateert uit 1359.

Warmond was een hoge heerlijkheid wat inhield dat de heren en vrouwen van Warmond in hun eigen gebied min of meer als zelfstandige vorsten mochten regeren. Zij hadden de wetgevende macht, en ook hadden ze het recht om iemand ter dood te veroordelen. Zij lieten dat over aan een baljuw en een college van welgeboren mannen. De galg van Warmond stond in het Westeinde aan de Achterpoelen.

Andere kastelen in Warmond waren het kasteel Lockhorst of Oud-Teylingen aan de Norremeerstraat, kasteel Oud-Alkemade in het Oosteinde en kasteel Dirks Steenhuis in de buurt van de Ganzenwei. Deze kastelen zijn thans verdwenen. Lockhorst en Oud-Alkemade werden in het eerste kwart van de negentiende eeuw afgebroken en Dirks Steenhuis was al in de veertiende eeuw verdwenen. Daarnaast had Warmond tal van buitenplaatsen. We noemen Oostergeest, Groot-Leerust, Hemmeer, Middendorp, Leevliet, enzovoorts. Warmond was aantrekkelijk voor beter gesitueerden vanwege haar mooie, rustieke ligging in de buurt van de stad Leiden.

Warmond was ook aantrekkelijk voor andersdenkenden. Tot 1796 had Warmond een remonstrantse kerk, eerst aan de Straat ter Leede en later op de hoek van de Kerkdam en de Herenweg. De Warmondse remonstrantse gemeente was na het afzetten van de remonstrantsgezinde predikant Christiaan Sopingius in de winter van 1618/1619 ontstaan. Daarbij voegden zich vele Leidse remonstranten, die in hun eigen stad vanwege hun geloof vervolgd werden. In 1796 werd de remonstrantse kerk verkocht aan de katholieken, die er hun eigen bedehuis van maakten.

Al gauw na het ontstaan van de remonstrantse gemeente scheidden de collegianten onder aanvoering van Gijsbert van der Kodde zich af. Zij vonden een predikant overbodig omdat de gemeenteleden ook zelf de gelegenheid moesten krijgen om een stichtelijk woord te vertellen. Later trokken de collegianten naar Rijnsburg alwaar zij bekend zouden worden als de Rijnsburger collegianten.

Bijzonder is ook dat de hoofdrolspelers bij het ontstaan van de Oud-Katholieke kerk in Nederland in de eerste helft van de achttiende eeuw in Warmond begraven werden. Door vererving kwam de grafkelder van pastoor H. van der Graft in de hervormde kerk in handen van de Oud-Katholieken. Vervolgens werden er in totaal 21 mensen, voornamelijk geestelijken, in deze kelder begraven.

Niet ver van deze grafkelder werd in 1799 het r.k. seminarie gesticht. De aartspriester van Holland en Zeeland H.F. ten Hulscher had een jaar eerder voor ruim tienduizend gulden de Franse jongeherenkostschool van Pieter van Deventer gekocht. Hierin werd het seminarie gevestigd. Sindsdien kwamen vanuit heel Noord-Nederland studenten naar Warmond om er hun priesteropleiding te volgen. Het seminarie van Warmond was het eerste en lange tijd het enige seminarie in de noordelijke Nederlanden.Het Het In 1968 werd het seminarie gesloten.

De agrarische sector was in Warmond de belangrijkste bron van inkomsten. De voornaamste bedrijvigheid was de veeteelt wat het houden van koeien, schapen en varkens betekende. Daarnaast was er in veel mindere mate akkerbouw zoals de teelt van rogge, aardappelen, haver, gerst, erwten en bonen.

In de tweede helft van de negentiende eeuw kwam in Warmond op de zandgronden de bloembollenteelt op. Deze teelt breidde zich snel uit waardoor ze voor veel Warmonders een belangrijke bron van inkomsten werd.

Een andere belangrijke bron van inkomsten was de watersport, die omstreeks 1910 ontstond. De Kagerplassen waren uitermate geschikt voor watersporters. Verscheidene particulieren lieten hun land vergraven tot jachthaven.

Belangrijke industrieën in Warmond waren de kalkovens in de buurt van de Norremeerstraat en de Padoxfabriek in de Veerpolder. Laatstgenoemde industrie vestigde zich in 1917 in Warmond en legde zich toe op het bewerken van hout voor de bouw. In 1923 werkten hier 129 mensen.

Daarnaast waren er scheepmakerijen. In 1850 waren er drie scheepmakerijen en in 1873 nog maar twee. Verder waren er nog kaarsenmakerijen. In 1950 waren dat er drie.

Tot slot nog iets over de bevolkingsaantallen van Warmond. De oudste demografische gegevens dateren van 1369. In dat jaar had Warmond een minimum aantal inwoners van 168. Vanaf die tijd groeide het aantal inwoners van 528 in 1544 tot 1488 in 1628 om daarna weer te dalen van 1053 in 1681 tot 786 in 1807. Daarna groeide de bevolking weer van 1305 in 1869 tot 3038 in 1940 en 4394 in 1960.

 

 

 

 

 

 

 

Ook op deze website?